Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.T. Verschoor, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende persoon, heeft op 21 april 2022 een aanvraag ingediend voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste, aangezien het inkomen van eiser bestaat uit een uitkering en daarmee een beroep op publieke middelen wordt gedaan.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar het bezwaar is eveneens ongegrond verklaard. In het beroep bij de rechtbank is vastgesteld dat eiser niet voldoet aan het middelenvereiste en dat het inkomen uit publieke middelen niet als zelfstandig inkomen kan worden aangemerkt. Eiser voerde aan dat vanwege persoonlijke omstandigheden, zoals de arbeidsongeschiktheid van zijn echtgenote en de zorg voor de kinderen, van het middelenvereiste afgeweken zou moeten worden.
De rechtbank oordeelt echter dat op grond van artikel 5 van Pro de Richtlijn langdurig ingezetenen geen uitzondering op het middelenvereiste kan worden gemaakt. De hoorplicht is niet geschonden omdat het bezwaar geen nieuwe feiten bevatte die tot een ander besluit konden leiden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van de aanvraag voor de verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene is ongegrond verklaard.