ECLI:NL:RBDHA:2023:20580

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 december 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
NL23.16720
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:3 AwbArtikel 3.14 Vreemdelingenbesluit 2000Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijhedenChakroun-arrest Hof van Justitie EU ECLI:EU:C:2010:117
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs duurzame relatie

Eiseres, met de Syrische nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij haar partner te verblijven. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een duurzame en exclusieve relatie.

Eiseres voerde in beroep aan dat zij voldoende bewijs had geleverd, onder meer via whatsapp-gesprekken, en dat verweerder de hoorplicht had geschonden en niet had voldaan aan het arrest Chakroun van het Hof van Justitie. De rechtbank liet de vertaling van de whatsapp-gesprekken buiten beschouwing.

De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd; de aangeleverde documenten waren summier en onvertaald, en het feit dat het moeilijk was elkaar te bezoeken, ontsloeg haar niet van de bewijslast. Verweerder mocht afzien van het horen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16720

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Boerci).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 26 augustus 2022 afgewezen. Met het besluit van 5 juni 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2023 op zitting behandeld. Referent was aanwezig, bijgestaan door de gemachtigde van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1996 en heeft de Syrische nationaliteit. Zij heeft op 5 april 2021 een mvv aangevraagd voor het doel ‘verblijf als familie of gezinslid’ om bij haar partner [naam] (referent) te verblijven.
3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet heeft aangetoond dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie tussen eiseres en referent. [1] Verweerder heeft vervolgens een belangenafweging in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM [2] gemaakt, die in het nadeel van eiseres is uitgevallen.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres voert aan dat zij voldoende heeft aangetoond een duurzame en exclusieve relatie met referent te hebben. De frequentie van de overlegde whatsapp gesprekken toont dit aan. Omdat referent een asielvergunning heeft, kan hij haar niet bezoeken en is het daarom niet mogelijk meer documenten aan te leveren. Verweerder heeft in strijd met het arrest Chakroun van het Hof van Justitie van 4 maart 2010 [3] gehandeld door deze omstandigheid niet bij de beoordeling te betrekken. Ook heeft verweerder de hoorplicht geschonden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Het beroep is ongegrond. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.
Exclusieve en duurzame relatie
6. In de beroepsfase heeft eiseres een vertaling van de aangeleverde whatsapp gesprekken aangeleverd. Op verzoek van eiseres ter zitting zal de rechtbank de vertaling van de whatsapp gesprekken in deze uitspraak buiten beschouwing laten.
7. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder op goede gronden tot de conclusie gekomen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie tussen eiseres en referent. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres in de bezwaarfase enkel een summiere beantwoording van de vragenlijst, zonder bewijsstukken, en onvertaalde Whatsapp gesprekken uit het jaar 2020-2021 overlegd. Het lag op de weg van eiseres meer bewijsstukken aan te leveren die de gestelde relatie aannemelijk zouden kunnen maken. Dat het voor eiseres en referent lastig is elkaar te bezoeken, maakt niet dat eiseres de gestelde relatie daarom niet zou kunnen onderbouwen. Dat verweerder gezien de persoonlijke situatie van eiseres en referent geen verdere onderbouwing van de gestelde relatie mag eisen, volgt de rechtbank dan ook niet.
Hoorplicht
8. Op grond van artikel 7:3 van Pro de Awb mag verweerder afzien van het horen wanneer het bezwaar kennelijk ongegrond is. In de bezwaarfase zijn naar het oordeel van de rechtbank geen nieuwe persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding gaven voor twijfel aan de juistheid van het primaire besluit. Verweerder heeft eiseres verzocht stukken te overleggen, die de duurzame en exclusieve relatie van eiseres en referent onderbouwen. Eiseres heeft alleen een summier ingevulde vragenlijst aangeleverd en onvertaalde Whatsapp gesprekken, die deels ook in een eerdere procedure waren overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank mag verweerder in een dergelijke situatie afzien van het horen. [4] Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat het bezwaar kennelijk ongegrond was.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond.
10. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, rechter, in aanwezigheid van
mr.T. Verschoor, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Zie artikel 3.14, aanhef en onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
2.Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Vindplaats: ECLI:EU:C:2010:117.
4.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918, r.o. 5.2.