ECLI:NL:RBDHA:2023:20615
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Verzoeker heeft tegen het besluit van 29 september 2023, waarbij zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen, beroep ingesteld bij de rechtbank. Tevens heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om dit besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank bij uitspraak in zaaknummer NL23.31611 het beroep van verzoeker ongegrond heeft verklaard, is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W. Anker en griffier E.C. Jacobs, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag is afgewezen.