ECLI:NL:RBDHA:2023:20664

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
28 december 2023
Zaaknummer
AWB 20 891
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf

Eiseres heeft op 4 februari 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Op 30 maart 2020 heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen op de aanvraag, waarbij tevens een dwangsom aan eiseres is toegekend.

De rechtbank oordeelt dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing, nu het besluit alsnog is genomen. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Wel veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken, vastgesteld op €418,50, en in de vergoeding van het betaalde griffierecht van €178. De wegingsfactor 'licht' is toegepast omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier Ż.A. Meinert, en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 20/891

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres], eiseres

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M.C.M van der Mark),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 4 februari 2019 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Op 30 maart 2020 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag. Er is immers bij besluit van 30 maart 2020 alsnog op de aanvraag van eiseres beslist. Daarnaast is bij dat besluit aan eiseres ook een dwangsom toegekend. Het beroep van eiseres zal in zoverre dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. Omdat het beroep niet tijdig beslissen terecht is ingesteld, ziet de rechtbank wel aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van dat beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Ook moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 178 vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
€ 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent);
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ter hoogte van € 178 (honderdvierentachtig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan
binnenzes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.