Eiseres heeft op 4 februari 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Op 30 maart 2020 heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen op de aanvraag, waarbij tevens een dwangsom aan eiseres is toegekend.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing, nu het besluit alsnog is genomen. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Wel veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken, vastgesteld op €418,50, en in de vergoeding van het betaalde griffierecht van €178. De wegingsfactor 'licht' is toegepast omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier Ż.A. Meinert, en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.