ECLI:NL:RBDHA:2023:20668

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
28 december 2023
Zaaknummer
NL23.22033
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 13 lid 1 Verordening (EU) nr. 604/2013Art. 22 lid 7 Verordening (EU) nr. 604/2013
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek opname in nationale asielprocedure na Dublinverordening

Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 26 december 2022 een asielaanvraag in. De staatssecretaris verzocht op 16 februari 2023 de Italiaanse autoriteiten om de asielaanvraag over te nemen. Omdat Italië niet binnen twee maanden reageerde, werd de verantwoordelijkheid op grond van artikel 22, zevende lid, van de Dublinverordening op 17 april 2023 aan Italië toegekend.

Nadat deze verantwoordelijkheid was vastgesteld, verzocht de gemachtigde van eiser op 5 juli 2023 de staatssecretaris om eiser alsnog in de nationale procedure op te nemen. De staatssecretaris antwoordde op 6 juli 2023 dat vreemdelingen met een claim aan Italië niet bij voorbaat in de nationale procedure worden opgenomen. Eiser stelde hiertegen beroep in.

De rechtbank oordeelt dat de brief van 6 juli 2023 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, omdat deze geen rechtsgevolg heeft. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:1 van Pro de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is waartegen beroep openstaat.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.22033

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Procesverloop

Eiser heeft bij brief van 5 juli 2023 verweerder verzocht hem in de nationale procedure op te nemen.
Bij brief van 6 juli 2023 heeft verweerder hierop gereageerd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de brief van 6 juli 2023
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Syrische nationaliteit. Op 26 december 2022 heeft hij een asielaanvraag ingediend.
2. Op 16 februari 2023 heeft verweerder de Italiaanse autoriteiten verzocht eisers asielaanvraag over te nemen. [2] Omdat de Italiaanse autoriteiten niet binnen de termijn van twee maanden hebben gereageerd, staat de verantwoordelijkheid van Italië op grond van artikel 22, zevende lid, van de Dublinverordening vast sinds 17 april 2023.
3. Eisers gemachtigde heeft, nadat de verantwoordelijkheid van Italië is komen vast te staan, bij brief van 5 juli 2023 verweerder verzocht om eiser alsnog in de nationale asielprocedure op te nemen. Verweerder heeft bij brief van 6 juli 2023 meegedeeld dat niet bij voorbaat vreemdelingen met een claim aan Italië zullen worden opgenomen in de nationale procedure, waarna eiser onderhavig beroep heeft ingesteld.
4. De brief van 6 juli 2023 van verweerder betreft een mededeling die niet is gericht op enig rechtsgevolg. Deze brief is daarom niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb.
5. Gelet op het voorgaande was er voor eiser geen mogelijkheid om beroep in te stellen op grond van artikel 8:1 van Pro de Awb en is het beroep om die reden niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Verordening (EU) nr. 64/2013 (Dublinverordening).