ECLI:NL:RBDHA:2023:20670
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij intrekking besluit beëindiging verblijf Unieburger
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris om haar verblijf als Unieburger te beëindigen. Nadat de staatssecretaris het bestreden besluit had gehandhaafd in bezwaar, trok hij dit besluit op 11 december 2023 in. Eiseres trok daarop haar beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen griffierecht hoefde te betalen vanwege haar inkomen en dat de proceskostenvergoeding aan de orde was. De staatssecretaris weigerde vergoeding omdat de documenten die in beroep werden overgelegd doorslaggevend zouden zijn geweest, maar de rechtbank stelde vast dat relevante documenten al in de bezwaarfase waren ingediend.
Op grond van artikel 8:75a Awb moet de staatssecretaris daarom de proceskosten vergoeden. De rechtbank stelde de vergoeding vast op €837 voor het indienen van het beroepschrift en wees vergoeding voor zitting af omdat eiseres alleen het beroep introk. De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van deze proceskosten.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten aan eiseres.