ECLI:NL:RBDHA:2023:20676
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 20 mei 2022 ingediend en de beslistermijn van 90 dagen werd met drie maanden verlengd. Na het verstrijken van deze termijn stelde eiseres de staatssecretaris in gebreke en startte zij het beroep.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank legt een termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor elke dag overschrijding.
Daarnaast wordt een bestuurlijke dwangsom van €1.442 vastgesteld wegens overschrijding van de termijn zoals bedoeld in artikel 4:17 van Pro de Awb. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50 en moet het betaalde griffierecht van €184 vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier Ż.A. Meinert.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in kosten.