ECLI:NL:RBDHA:2023:20736
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij niet in behandeling nemen asielaanvraag
Verzoeker, van Chinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van het Dublin-verdrag, omdat Polen verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 28 december 2023 samen met een soortgelijke zaak (NL23.34657).
De rechtbank verklaarde het beroep in de hoofdzaak ongegrond en zag geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.