Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 6 december 2023.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 28 december 2023 behandeld, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet aanwezig waren, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Ook waren er geen andere omstandigheden die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.