Eiser, van Ethiopische nationaliteit en behorend tot de etnische groep Tigreeërs, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege zijn etnische afkomst en een arrestatie door lokale soldaten van de Fano risico liep op vervolging en ernstige schade bij terugkeer naar Ethiopië.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af, stellende dat hoewel de identiteit en de etnische achtergrond van eiser geloofwaardig waren, de veiligheidssituatie voor Tigreeërs sinds het vredesverdrag van november 2022 aanzienlijk verbeterd was. Daarnaast kon eiser zich vestigen buiten de regio Tigray, bijvoorbeeld in Addis Abeba, waar het veiliger zou zijn.
Eiser betoogde dat zijn arrestatie door de Fano hem had geïndividualiseerd, mede omdat vingerafdrukken en foto's waren genomen, en dat zijn echtgenote wordt lastiggevallen door TPLF-leden. De rechtbank oordeelde echter dat deze elementen onvoldoende waren onderbouwd en dat de staatssecretaris deze terecht niet als afzonderlijk zwaarwegend element had beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen vergoeding van proceskosten toegekend.