ECLI:NL:RBDHA:2023:20785
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000, opgelegd op 6 november 2023. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst bij uitspraak van 17 november 2023 en richt zich nu op de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek op 14 november 2023.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat de Marokkaanse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de laissez-passer aanvraag. Hij stelt dat in andere dossiers de Marokkaanse autoriteiten niet meer reageren, waardoor de bewaring onevenredig lang duurt. De rechtbank oordeelt dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd zijn en dat het zicht op uitzetting in het algemeen niet ontbreekt. De lopende aanvraag van de staatssecretaris bij de Marokkaanse autoriteiten en het ontbreken van een weigering tot afgifte van een laissez-passer maken het ontbreken van zicht op uitzetting niet aannemelijk.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is en wijst het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W.P.C.G. Derksen en griffier N. El-Amrani, en is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.