De rechtbank Den Haag heeft op 21 december 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde dat een lichter middel, zoals een meldplicht en verblijf in een asielzoekerscentrum, toereikend zou zijn geweest en voerde aan dat hij vanwege stress, eetproblemen en medicatiebehoefte detentieongeschikt zou zijn. De staatssecretaris stelde dat het risico op onttrekking reëel was, mede omdat eiser eerder met onbekende bestemming was vertrokken.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat geen minder ingrijpende maatregel effectief zou zijn en dat de medische zorg in detentie gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij. Er was geen bewijs dat eiser detentieongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, waarmee de bewaring rechtmatig werd bevonden.