ECLI:NL:RBDHA:2023:20812
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontvangt sinds februari 2019 een bijstandsuitkering en heeft in april 2020 een aanvraag Tozo gedaan met opgegeven inkomsten uit een eigen bedrijf. Het college ontdekte meerdere inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel en stelde dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden door niet volledig te informeren over zijn ondernemingen. Hierdoor werd de bijstand herzien en teruggevorderd over de periode mei 2019 tot mei 2020.
Eiser voerde aan dat hij deelneemt aan een gemeentelijke pilot en regelmatig contact heeft met het Leger des Heils, waardoor het college op de hoogte zou moeten zijn van zijn financiële situatie. De rechtbank oordeelde echter dat dit geen vervanging is van de informatieplicht richting het college en dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij de gevraagde informatie niet kon verstrekken.
De rechtbank concludeerde dat het college terecht het besluit tot herziening en terugvordering heeft genomen wegens schending van de inlichtingenplicht. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de bestuursrechtelijke procedure de redelijke termijn heeft overschreden, waardoor het college en de Staat samen een schadevergoeding aan eiser moeten betalen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten gerelateerd aan het schadeverzoek.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, maar het college en de Staat worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.