ECLI:NL:RBDHA:2023:20815
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onmiddellijke invrijheidstelling en verbod overlevering aan Polen
Eiser is aangehouden op basis van een Europees Aanhoudingsbevel uit Polen wegens medeplegen van diefstallen. De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) heeft in mei 2022 de overlevering aan Polen toegestaan, waarbij geen reëel gevaar voor onmenselijke behandeling werd vastgesteld. Na uitstel vanwege een Nederlandse strafzaak die inmiddels niet-ontvankelijk is verklaard, is de feitelijke overlevering gepland.
Eiser vordert onmiddellijke invrijheidstelling en een verbod op overlevering, stellende dat zijn detentie geen geldige titel heeft, er een lopende strafzaak is en zijn medische situatie overlevering verhindert. De Staat betwist deze stellingen en wijst op geldige aanhoudingsbevelen en het ontbreken van toezeggingen omtrent medische onderzoeken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de detentie rechtsgeldig is en dat de lopende strafzaak geen uitstel rechtvaardigt, mede omdat deze naar verwachting zal worden geseponeerd. Medische bezwaren zijn onvoldoende onderbouwd en de IRK heeft eerder geoordeeld dat adequate zorg in Polen beschikbaar is. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot onmiddellijke invrijheidstelling en verbod op overlevering aan Polen worden afgewezen.