ECLI:NL:RBDHA:2023:20819
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd wegens ontbrekende motivering artikel 8 EVRM
Eiser, een Amerikaan die het grootste deel van zijn leven in Nederland heeft gewoond en eerder een geprivilegieerde verblijfsstatus had, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarde van tien jaar geprivilegieerd verblijf direct voorafgaand aan de aanvraag en onvoldoende zelfstandig inkomen had.
De rechtbank oordeelt dat uit de wet en toelichting volgt dat de eis van tien jaar geprivilegieerd verblijf direct voorafgaand aan de aanvraag wel geldt, waarmee het standpunt van verweerder wordt bevestigd. Echter, verweerder heeft ten onrechte niet gemotiveerd waarom hij het beroep van eiser op zijn privéleven in Nederland, zoals beschermd onder artikel 8 EVRM Pro, niet ambtshalve heeft betrokken bij de besluitvorming.
Dit leidt tot een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, waardoor de rechtbank het besluit vernietigt en verweerder opdraagt binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens een motiveringsgebrek over het beroep op artikel 8 EVRM en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.