ECLI:NL:RBDHA:2023:20822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet-tijdig beslissen mvv-aanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het verblijfsdoel 'familie en gezin'. Nadat verweerder de aanvraag op 30 november 2023 heeft afgewezen, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot proceskostenvergoeding indien het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het beroep, ook als het beroep is ingetrokken. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en vervolgens de aanvraag heeft afgewezen, wordt dit als tegemoetkoming aan het beroep beschouwd.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) met een wegingsfactor 'licht', vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze kosten aan verzoeker.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verweerder kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep tegen niet tijdig beslissen.