Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn gezinsleden in het kader van nareis. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 90 dagen een besluit genomen, ondanks een verlenging van drie maanden. Eiser stelde de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gezien de bijzondere omstandigheden rondom aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De staatssecretaris krijgt acht weken om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag overschrijding van deze termijn. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser.