ECLI:NL:RBDHA:2023:20828
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. De aanvraag is ingediend op 13 december 2022 en verweerder had uiterlijk 13 juni 2023 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres heeft verweerder op 11 juli 2023 rechtsgeldig in gebreke gesteld en op 13 september 2023 het beroep ingesteld, dat tijdig en kennelijk gegrond is.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit en kan de rechtbank een termijn opleggen waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders, is een langere termijn dan de standaard twee weken passend.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een dwangsom van €100 met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en verweerder wordt veroordeeld tot betaling hiervan aan eiseres. Tevens worden de proceskosten van eiseres vastgesteld op €418,50 en aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en proceskosten.