ECLI:NL:RBDHA:2023:20864
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod uitlevering aan Turkije ondanks gezondheids- en detentieomstandigheden
De zaak betreft een kort geding waarin eiser verzocht heeft de Staat te verbieden hem uit te leveren aan Turkije, dan wel aanvullende garanties te bedingen om schending van artikel 3 EVRM Pro te voorkomen. Eiser voert aan dat zijn strafzaak in Turkije verjaard is en dat hij vanwege zijn Koerdische achtergrond, slechte gezondheid en de slechte detentieomstandigheden in Turkse gevangenissen een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling.
De rechtbank overweegt dat de Turkse strafzaak niet verjaard is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij ernstig ziek is of dat uitlevering tot een snelle verslechtering van zijn gezondheid leidt. De toezeggingen van Turkse autoriteiten over detentie in een recent penitentiair complex zonder overbevolking en met medische zorg wegen mee. Het vertrouwensbeginsel leidt tot de conclusie dat deze garanties nageleefd zullen worden.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen, omdat de inbreuk op het gezinsleven gerechtvaardigd is door de uitleveringsverplichting en er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die dit recht zwaarder laten wegen dan het uitleveringsbelang. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op uitlevering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.