ECLI:NL:RBDHA:2023:20871
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot voorrang op wachtlijst tbs-kliniek ondanks capaciteitsgebrek
Eiser is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot tbs met dwangverpleging en wacht sinds november 2022 op plaatsing in een forensisch psychiatrisch centrum (FPC). Hij verblijft momenteel in een penitentiair psychiatrisch centrum (PPC) en staat als vierde op de wachtlijst voor een FPC-afdeling met het zwaarste zorgniveau.
Eiser vordert in kort geding dat de Staat hem binnen de kortst mogelijke termijn plaatst in een tbs-kliniek, stellende dat de overschrijding van de wettelijke termijn van vier maanden onrechtmatig is en dat hij vanwege bijzondere omstandigheden voorrang verdient.
De Staat erkent het capaciteitsgebrek en de overschrijding van de termijn, maar voert aan dat plaatsing geschiedt op chronologische volgorde met enkele uitzonderingen die niet op eiser van toepassing zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat de door eiser aangevoerde omstandigheden onvoldoende zwaarwegend zijn om voorrang te verlenen. Het verblijf in het PPC is volgens het behandelplan passend en de psychische conditie wordt adequaat behandeld.
De vordering wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen kosten. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 27 december 2023.
Uitkomst: De vordering tot spoedige plaatsing in een tbs-kliniek wordt afgewezen wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden voor voorrang.