Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese nationaliteit, is op 22 november 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwist de rechtmatigheid van deze bewaring en stelt dat zijn strafrechtelijke aanhouding feitelijk een vreemdelingenrechtelijke staandehouding betrof. De rechtbank oordeelt echter dat de staandehouding plaatsvond in het kader van een algemene politietaak en dat zij als bewaringrechter niet bevoegd is om de rechtmatigheid daarvan te toetsen.
De rechtbank toetst vervolgens de grondslag van de bewaring aan de voorwaarden uit het arrest M e.a. van het Hof van Justitie van de EU en de bevestiging daarvan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank stelt vast dat eiser in Duitsland rechtmatig verblijf heeft, dat hij niet is vertrokken ondanks een bevel daartoe, en dat het juridisch onmogelijk is voor verweerder om een terugkeerbesluit te nemen. Hiermee is voldaan aan de voorwaarden voor bewaring.
Eiser klaagt over de duur van de bewaring en het vermeende gebrek aan voortvarendheid bij de overdracht. De rechtbank constateert dat verweerder tijdig contact heeft gelegd met de Duitse autoriteiten en dat de overdracht gepland staat binnen de wettelijke termijn van vier weken. De rechtbank concludeert dat de bewaring rechtmatig is en voldoende voortvarend wordt uitgevoerd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.