Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer 1] mede namens haar minderjarige kinderen
[kind 3], V-nummers: [V-nummer 2] , [V-nummer 3] en [V-nummer 4] .
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, mede namens haar minderjarige kinderen, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 7 november 2023 behandeld, waarbij verzoekster niet is verschenen.
Op 22 november 2023 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.32486). Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.