ECLI:NL:RBDHA:2023:21024

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juli 2023
Publicatiedatum
5 januari 2024
Zaaknummer
NL23.9267 en NL23.9263
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 VwArt. 28 VwArt. 30 VwArt. 13 DublinverordeningArt. 29 Dublinverordening
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens prematuur ingediende ingebrekestellingen bij asielaanvragen

Eisers hebben op 18 november 2021 asielaanvragen ingediend. Verweerder vroeg op 17 januari 2022 Italië om terugname van eisers op grond van de Dublinverordening, welke werd geaccepteerd op 18 maart 2022. Verweerder werd daarmee verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvragen vanaf 18 maart 2022.

Volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 moet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit worden genomen. Dit werd verlengd met negen maanden door het besluit WBV 2022/22 van 27 september 2022, dat geldt voor aanvragen ingediend vóór 1 januari 2023.

Eisers stuurden ingebrekestellingen voordat de verlengde beslistermijn was verstreken, waardoor deze prematuur waren. De rechtbank oordeelde dat hierdoor niet aan de wettelijke voorwaarden voor beroep tegen niet-tijdige besluitvorming was voldaan en verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk.

De rechtbank vond een zitting niet nodig omdat partijen hiermee instemden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N. Khalloufi op 11 juli 2023.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestellingen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.9267 en NL23.9263

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser sub 1] , met V-nummer: [V nummer 1] ,

[eiser sub 2] ,met V-nummer: [V nummer 2] , hierna gezamenlijk: eisers
(gemachtigde: mr. G. Ocak), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank de onderzoeken gesloten en de zaken niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, wordt op de aanvraag van het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw, zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven.
4. In artikel 42, zesde lid, Vreemdelingenwet (Vw) is bepaald dat indien in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw, wordt onderzocht of de aanvraag op grond van artikel 30 van Pro de Vw niet in behandeling dient te worden genomen, de termijn, bedoeld in het eerste lid van
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
artikel 42 van Pro de Vw, aanvangt op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
5. Eisers hebben op 18 november 2021 hun asielaanvragen in Nederland ingediend. Op 17 januari 2022 heeft verweerder Italië verzocht eisers op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening terug te nemen. De Italiaanse autoriteiten hebben deze verzoeken geaccepteerd op 18 maart 2022. Bij brieven van 6 oktober 2022 heeft verweerder eisers meegedeeld dat hun aanvragen behandeld zullen worden in de nationale procedure, omdat eisers door verweerder niet binnen de termijn van zes maanden, als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening, zijn overgedragen aan Italië.
6. De rechtbank stelt vast dat verweerder per 18 september 2022 (zes maanden na
18 maart 2022) verantwoordelijk geworden is voor de behandeling van de asielaanvragen van eisers. Dat betekent dat verweerder, met toepassing van artikel 42, eerste lid van de Vw, uiterlijk op 18 maart 2023 op de aanvragen had moeten beslissen. Sinds 27 september 2022 is het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren verstreken met negen maanden zijn verlengd. Dit geldt ook voor asielaanvragen die zijn ingediend vóór
1 januari 2023. De asielaanvragen van eisers vallen onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijnen in hun zaken zijn dus met negen maanden verlengd
.De termijn om te beslissen op hun aanvragen was daarom nog niet verstreken toen zij de ingebrekestellingen indienden bij verweerder. De ingebrekestellingen zijn daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van de beroepen op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Conclusie en gevolgen
7. De beroepen zijn niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van N. Khalloufi, griffier.
3 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 juli 2023

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.