ECLI:NL:RBDHA:2023:21078
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke zaak
Verzoeker is op 22 november 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verweerder op 22 maart 2023 alsnog de aanvraag heeft ingewilligd, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder, doordat hij pas na het instellen van het beroep een beslissing heeft genomen, verplicht is de proceskosten van verzoeker te vergoeden. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, wordt een vast bedrag toegekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, berekend met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de procedure. Daarnaast is verweerder verplicht het door verzoeker betaalde griffierecht van €184,- te vergoeden. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze kosten zonder dat een zitting heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €184,- wegens overschrijding van de beslistermijn.