Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 juni 2022 waarbij haar aanvraag voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid is afgewezen en zij werd bevolen zich onmiddellijk naar Griekenland te begeven. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het primaire besluit niet wordt geschorst door het ingediende bezwaar, maar dat verzoekster een voldoende spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Verweerder heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen de toewijzing van deze voorziening.
De voorzieningenrechter besluit daarom het verzoek toe te wijzen, waardoor uitzetting wordt verboden totdat het bezwaar is afgerond. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoekster, die aan haar gemachtigde worden betaald.