Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel. De rechtbank constateert dat verweerder de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat eiser verweerder rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen vier weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen. Deze termijn is verlengd ten opzichte van de standaardtermijn van twee weken, omdat bij nareisaanvragen sprake is van bijzondere omstandigheden die een langere termijn rechtvaardigen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 418,50, en het door eiser betaalde griffierecht van € 184,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting omdat partijen hiermee instemden.