Eiseres, geboren in 1953 en lijdend aan neurologische aandoeningen, vroeg een hoog persoonlijk kilometerbudget (HPKB) aan, dat door [bedrijfsnaam 1] werd afgewezen. De afwijzing berustte op het oordeel van een arts dat eiseres, ondanks haar beperkingen, met een persoonlijke begeleider en hulpmiddelen zoals een rolstoel verantwoord met de trein kan reizen.
Eiseres voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar delier en dat het beoordelingsprotocol onduidelijk is over de medische criteria voor toekenning van een HPKB. De rechtbank oordeelde dat het protocol duidelijke criteria bevat en dat het bestuursorgaan terecht is uitgegaan van een medisch advies dat maatwerk vereist.
De rechtbank concludeerde dat de beperkingen van eiseres niet zodanig zijn dat zij niet met de trein kan reizen, mits zij gebruikmaakt van begeleiding. Er was geen nieuw medisch bewijs dat dit oordeel ondermijnt. Ook was de delier besproken en meegewogen in het medische verslag. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de afwijzing van de aanvraag in stand.