ECLI:NL:RBDHA:2023:21129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens verstreken Dublin-overdrachtstermijn en verantwoordelijkheid Nederland
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een mogelijke Dublin-overdracht naar Italië of Duitsland. Verweerder stelde dat er aanknopingspunten waren voor overdracht op basis van eerdere asielaanvragen in Duitsland en Italië.
De rechtbank constateerde dat Italië in 2020 verantwoordelijk werd geacht, maar dat de uiterste overdrachtstermijn van 18 maanden inmiddels was verstreken zonder overdracht. Op grond van artikel 29 lid 2 van Pro de Dublinverordening ging de verantwoordelijkheid toen over op Nederland. Het feit dat eiser ook in Duitsland asiel had aangevraagd, veranderde hier niets aan.
De rechtbank oordeelde dat er geen concrete aanknopingspunten waren voor een overdracht en dat de bewaring daarom onrechtmatig was. De maatregel werd opgeheven met ingang van 27 oktober 2023. Tevens werd een schadevergoeding van €1.600 toegekend voor 16 dagen onrechtmatige vrijheidsbeneming en werden de proceskosten van €2.092,50 aan eiser toegekend.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens het ontbreken van aanknopingspunten voor Dublin-overdracht en Nederland is verantwoordelijk voor de asielaanvraag.