ECLI:NL:RBDHA:2023:21163
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verwijdering van gedetineerde van GVM-lijst wegens voortgezet crimineel handelen
De gedetineerde is in Duitsland veroordeeld voor internationale drugshandel en na overdracht geplaatst in Nederlandse penitentiaire inrichtingen. Na vondst van een mobiele telefoon en uitgelezen data is hij op de GVM-lijst geplaatst vanwege vermoedens van voortgezet crimineel handelen, bedreiging van personeel en ondermijning van gezag.
De gedetineerde vordert verwijdering van de GVM-lijst, stellende dat de indicaties onvoldoende onderbouwd en niet actueel zijn. De rechtbank stelt vast dat de plaatsing en verlenging van de GVM-status gebaseerd zijn op concrete feiten, zoals bedreigingen gekoppeld aan hem via telefoondata, pogingen tot manipulatie van urinecontrole en contacten die wijzen op voortgezet crimineel handelen.
De rechtbank oordeelt dat het Operationeel Overleg (OO) een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de beslissing slechts marginaal getoetst kan worden. De indicaties blijven actueel en de verlenging van de GVM-status is gerechtvaardigd. De vordering wordt afgewezen en de gedetineerde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de gedetineerde van de GVM-lijst wordt afgewezen.