De gecertificeerde instelling verzoekt verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige tot het einde van de ondertoezichtstelling, omdat de thuissituatie onveilig blijft door een patroon van geweld en het ontbreken van hulpverlening van de stiefvader.
De moeder ontkent de zorgen rondom de stiefvader en weigert tot op heden opvoedondersteuning, terwijl de minderjarige zich in een loyaliteitsconflict bevindt en zichzelf de schuld geeft van de problemen thuis. De minderjarige verblijft momenteel in een pleeggezin waar recent geen zorgelijk gedrag is gesignaleerd.
De moeder voert verweer en stelt dat de minderjarige terug wil naar huis en dat zij de relatie met de stiefvader heeft verbroken. Zij is bereid opvoedondersteuning te ontvangen, maar heeft geen invloed op de hulpverlening aan de stiefvader.
De kinderrechter oordeelt dat terugplaatsing op dit moment niet in het belang van de minderjarige is vanwege de structurele onveiligheid en loyaliteitsproblemen. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend tot 4 april 2024, met de verwachting dat de moeder zich zal openstellen voor psycho-educatie en opvoedondersteuning om terugplaatsing mogelijk te maken.