ECLI:NL:RBDHA:2023:21205
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser geregistreerd staat in het Eurodac-systeem met een Duits Eurodac-nummer, wat impliceert dat Duitsland verantwoordelijk is. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze registratie onjuist is. Ook het feit dat hij gedwongen vingerafdrukken in Duitsland heeft moeten afstaan, leidt niet tot een andere beoordeling. Klachten hierover dienen bij Duitse autoriteiten te worden ingediend.
Eiser voerde aan dat overdracht naar Duitsland zou leiden tot indirect refoulement vanwege het risico op uitzetting naar Syrië. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van systeemfouten in Duitsland die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU opleveren.
Ten slotte stelde eiser dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toepassing vindt omdat zijn zus in Nederland woont, waardoor overdracht onevenredig hard zou zijn. De rechtbank oordeelt dat de enkele aanwezigheid van een zus geen bijzondere omstandigheden vormt en dat eiser zelf heeft verklaard niet bij zijn zus te willen verblijven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de staatssecretaris. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.