ECLI:NL:RBDHA:2023:21216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU. Eiser verwees naar diverse rapporten en artikelen over rechtsextremistisch geweld en problemen in de Duitse opvang, maar kon niet aantonen dat hij zelf slachtoffer was van geweld of discriminatie in Duitsland.
De staatssecretaris mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelde dat de Duitse autoriteiten bescherming bieden en stappen ondernemen tegen extreemrechtse infiltratie. Ook is niet gebleken dat Dublinclaimanten geen toegang hebben tot opvang of dat er structurele tekortkomingen zijn in de Duitse asielprocedure.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het vertrouwen in Duitsland ondermijnen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.