ECLI:NL:RBDHA:2023:21224

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
11 januari 2024
Zaaknummer
NL23.24796 en NL23.24797
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 17 DublinverordeningArtikel 30, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening

Eiseres, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.

Eiseres stelt dat overdracht aan Frankrijk onevenredig hard is vanwege haar relatie met haar partner, met wie zij zwanger is. Zij betoogt dat er sprake is van familieleven en bijzondere individuele omstandigheden die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen.

De rechtbank overweegt dat verweerder terughoudend gebruik mag maken van de hardheidsclausule in artikel 17 en Pro dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een duurzame relatie of erkenning van het ongeboren kind. De behandeling door het COA en de uitnodigingsbrief van de Raad van Rechtsbijstand zijn onvoldoende bewijs, en eiseres en haar partner waren niet aanwezig om hun relatie toe te lichten.

De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom geen bijzondere individuele omstandigheden zijn aangetoond en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om voorlopige voorziening af en kent eiseres geen proceskosten toe.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet-inhoudelijk behandelen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.24796 (beroep) en NL23.24797 (voorlopige voorziening).
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. V. Senczuk),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Kana)

Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 26 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Eiseres was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1995. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Overdracht aan Frankrijk is onevenredig hard. Daarom moet verweerder de asielaanvraag zelf inhoudelijk behandelen.
Eiseres heeft een relatie met [naam] . Weliswaar is de relatie niet ontstaan in het land van herkomst en pas recent in Italië, maar nu zij zwanger van hem is bevestigt dat de duurzaamheid van de relatie. Uit de zwangerschapsverklaring blijkt dat zij is uitgerekend op [datum] 2024. Er is daarom sprake van familieleven
.Eiseres en haar partner worden door het COA als een stel behandeld. Ook uit de uitnodigingsbrief van de Raad van Rechtsbijstand blijkt dat er sprake is van een relatie, aangezien zij tezamen gekoppeld zijn aan dezelfde gemachtigde. Haar partner, die ook een asielaanvraag heeft ingediend, wordt geclaimd op Italië. Door de claims op verschillende Dublinlanden worden ze van elkaar gescheiden en is er voor verweerder voldoende aanleiding om de aanvraag op grond van bijzondere individuele omstandigheden in behandeling te nemen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank overweegt dat verweerder in individuele gevallen gebruik kan maken van de bevoegdheid van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening, om de asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen, als eiseres op basis van bijzondere, individuele omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt dat overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat in haar geval van onevenredige hardheid getuigt. Verweerder maakt terughoudend gebruik van deze bevoegdheid en heeft een ruime mate van bestuurlijke vrijheid om deze hardheidsclausule al dan niet toe te passen. De rechtbank toetst deze beslissing van verweerder daarom terughoudend.
5. De rechtbank is van oordeel dat door verweerder voldoende is gemotiveerd waarom geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor toepassing had moeten worden gegeven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat niet is aangetoond dat eiseres en haar partner een duurzame relatie hebben. Zij hebben dit niet nader onderbouwd. Ook is niet aangetoond dat [naam] het ongeboren kind van eiseres heeft erkend, bijvoorbeeld middels een akte van erkenning. De behandeling door het COA en de uitnodigingsbrief van de Raad van Rechtsbijstand is hiertoe onvoldoende. Verder waren eiseres en haar partner niet op zitting aanwezig om hun relatie nader toe te lichten.
6. Nu eiseres meermalen de gelegenheid heeft gehad om de relatie met haar partner te onderbouwen ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak verder aan te houden.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond.
8. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, nu is beslist op het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.
9. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van A.E. Wadman, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u, voor zover dit ziet op het beroep, een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.