ECLI:NL:RBDHA:2023:21226
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning wegens verblijf in Oostenrijk niet-ontvankelijk verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag volgens het Dublin-verdrag.
De rechtbank constateert dat de Oostenrijkse autoriteiten hebben bevestigd dat eiser zich al in Oostenrijk bevindt en dat hij op 29 mei 2023 met onbekende bestemming uit Nederland is vertrokken. Eiser heeft in zijn beroepsgronden niet betwist dat hij in Oostenrijk verblijft en heeft geen contact met zijn gemachtigde onderhouden.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling met onbekende bestemming vertrekt, geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. De rechtbank concludeert daarom dat eiser geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Hierdoor verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, en er worden geen proceskosten toegewezen.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier van de rechtbank Den Haag op 10 november 2023.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.