Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties, ingekomen op 12 april 2023;
- het verweerschrift, met producties;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De werknemer is op 31 december 2021 op de werkvloer van haar werkgever ten val gekomen en heeft daarbij een been gebroken. Zij stelde haar werkgever aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW Pro wegens schending van de zorgplicht. De werkgever verweerde zich met het standpunt dat sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, een huis-, tuin- en keukenongeval, waarvoor geen bijzondere maatregelen vereist zijn.
De rechtbank overwoog dat de werkplek en de omstandigheden voldeden aan redelijke eisen en dat de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) geen bijzondere risico's had aangemerkt. Rommel en een beperkte doorgang worden gezien als normale risico's die eigen zijn aan het dagelijks leven. De werkgever had voldoende instructies gegeven en de werknemer behoorde zelf ook oplettend te zijn.
De rechtbank concludeerde dat de werkgever haar zorgplicht niet had geschonden en dat het ongeval niet aan haar toe te rekenen was. Het verzoek tot aansprakelijkheid en vergoeding werd daarom afgewezen. De kosten van het deelgeschil werden begroot op € 2.990,00, maar de werkgever werd niet veroordeeld tot betaling daarvan.
Uitkomst: De werkgever is niet aansprakelijk voor het arbeidsongeval; het verzoek van de werknemer wordt afgewezen.