Eiseres, van Afghaanse nationaliteit en woonachtig in de Verenigde Arabische Emiraten, vroeg een visum kort verblijf aan om haar dochter, schoonzoon en kleinzoon in Nederland te bezoeken. Verweerder wees dit af vanwege twijfel over haar intentie het Schengengebied tijdig te verlaten, met name vanwege onvoldoende aangetoonde sociale en economische binding met het land van verblijf.
Eiseres stelde dat verweerder haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende had meegewogen en dat referenten gehoord hadden moeten worden om onduidelijkheden over haar gezinssituatie en economische situatie te verduidelijken. Verweerder had het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard zonder hoorzitting.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte van de hoorplicht was afgezien, omdat de discrepanties in de gegevens en de sociale binding van eiseres met haar gezin in het land van verblijf voldoende aanleiding gaven om referenten te horen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij de hoorplicht wordt nageleefd en de bindingen zorgvuldig worden gewogen.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.