ECLI:NL:RBDHA:2023:21237
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat
Eiser, met de Ugandese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat overdracht aan Frankrijk zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro vanwege tekortkomingen in het Franse asiel- en opvangsysteem, onderbouwd met rapporten, Duitse jurisprudentie, medische dossiers en persoonlijke omstandigheden. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd die een reëel risico op schending van deze rechten aannemelijk maken.
De rechtbank benadrukte het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt uitgegaan van de naleving van verplichtingen door andere lidstaten. Ook de psychische problematiek van eiser werd niet als voldoende reden gezien om de aanvraag inhoudelijk te behandelen, mede omdat medische voorzieningen in Frankrijk vergelijkbaar zijn met die in Nederland.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.