ECLI:NL:RBDHA:2023:21238

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2023
Publicatiedatum
11 januari 2024
Zaaknummer
NL23.29737 en NL23.29738
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 4 HandvestArt. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverwijzing naar Frankrijk

Eiseres, een Somalische vrouw, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling op grond van het Dublinverdrag.

Eiseres voerde aan dat zij als kwetsbare vrouw een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro bij overdracht naar Frankrijk, mede vanwege mogelijke tekortkomingen in het Franse opvangsysteem. Zij verwees naar een recente uitspraak waarin een soortgelijke situatie werd erkend.

De rechtbank oordeelt echter dat eiseres onvoldoende concrete aanknopingspunten heeft aangedragen om aan te nemen dat er sprake is van zodanige tekortkomingen in Frankrijk dat zij een reëel risico loopt. De omstandigheden van eiseres verschillen wezenlijk van de eerdere zaak, en Frankrijk heeft garanties gegeven voor de behandeling van haar verzoek.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.29737 en NL23.29738
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)

(gemachtigde: mr. M.S. Nizamoeddin),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 12 september 2023 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Geen zitting
2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk ongegrond. [2] Hieronder legt de rechtbank dit uit.
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres stelt de Somalische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1974. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Hoewel de hoogste bestuursrechter in het algemeen uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, loopt eiseres bij overdracht naar Frankrijk een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM [3] en artikel 4 van Pro het Handvest [4] . Eiseres is een kwetsbare vrouw van bovengemiddelde leeftijd en in Frankrijk zal zij het risico lopen dat ze (tijdelijk) geen toegang tot opvang zal hebben. Ook blijkt uit het AIDA-rapport dat eiseres als Dublinterugkeerder obstakels zal ondervinden ten aanzien van de opvangfaciliteiten. Eiseres verwijst naar een recente uitspraak van 15 september 2023 [5] , waar het beroep gegrond werd verklaard en de betreffende vreemdeling, net zoals eiseres, een kwetsbare vrouw was. Verweerder dient dan ook nader onderzoek te verrichten naar de concrete situatie in Frankrijk, voordat er kan worden overgegaan tot overdracht.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. In Dublinzaken geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit houdt in dat verweerder er als uitgangspunt op mag vertrouwen dat andere lidstaten zich houden aan hun verplichtingen uit het Unierecht en mensenrechtenverdragen. De hoogste bestuursrechter heeft in april 2023 [6] nog bevestigd dat er ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken indien eiseres aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem dusdanige tekortkomingen vertoont dat zij bij overdracht aan Frankrijk een risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM of artikel 4 van Pro het Handvest.
5.1
Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres hierin niet geslaagd. Eiseres heeft geen concrete aanknopingspunten aangedragen op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat er aanleiding bestaat voor het oordeel dat er in Frankrijk sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen van de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij na overdracht geen opvang zal krijgen. Uit de laatste update van het AIDA-rapport kan weliswaar worden opgemaakt dat er problemen zijn (geweest) met de opvang van asielzoekers in Frankrijk, maar niet is gebleken dat die problemen dermate structureel en ernstig zijn, dat in tegenstelling tot de eerdere uitspraken van de Afdeling [7] , eiseres bij overdracht aan Frankrijk op voorhand een reëel risico op een schending van artikel 3 van Pro het EVRM of artikel 4 van Pro het Handvest zal lopen.
5.1
Voorts overweegt de rechtbank dat de vergelijking van eiseres met de situatie van de vreemdeling uit de uitspraak van 15 september 2023 niet opgaat, nu de individuele omstandigheden van eiseres wezenlijk verschillen met die van de desbetreffende vreemdeling. Eiseres is immers een alleenstaande vrouw, in tegenstelling tot de desbetreffende vreemdeling die zorg droeg over een negen maanden oude baby. Frankrijk heeft met het claimakkoord gegarandeerd om eiseres haar verzoek om internationale bescherming in behandeling te nemen, met inachtneming van de verschillende Europese richtlijnen. Bij voorkomende problemen betreffende de opvangvoorzieningen in Frankrijk is het aan eiseres om zich te beklagen bij de daartoe geëigende instanties, dan wel bij de (hogere) autoriteiten. Niet is gebleken dat dit onmogelijk is.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond.
8. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, nu is beslist op het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.
9. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van A.E. Wadman, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
2.Zie artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
4.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.