ECLI:NL:RBDHA:2023:21248
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende man, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn familie- of gezinslid in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan het inburgeringsvereiste en zag geen aanleiding voor ontheffing hiervan. Eiser voerde aan dat zijn medische en cognitieve beperkingen het slagen voor het inburgeringsexamen onmogelijk of uiterst moeilijk maken, en dat de persoonlijke omstandigheden van zijn echtgenote een gezinsleven in Marokko belemmeren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het juiste toetsingskader toepaste en dat de medische beperkingen van eiser niet leiden tot ontheffing, omdat hij slechts eenmaal examen heeft gedaan zonder aantoonbare inspanningen ter voorbereiding. Psychotherapie kan verbetering brengen, en van eiser mag worden verwacht dat hij zich inspant voor het examen. Ook is onvoldoende gebleken van bijzondere omstandigheden die ontheffing rechtvaardigen.
Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de echtgenote stelde de rechtbank vast dat eiser niet voldoende onderbouwde welke omstandigheden onvoldoende zijn betrokken en dat er geen objectieve belemmeringen zijn aangetoond voor het gezinsleven in Marokko. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om griffierechtvrijstelling toe.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag mvv wegens niet voldoen aan het inburgeringsvereiste wordt ongegrond verklaard.