ECLI:NL:RBDHA:2023:21250

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 september 2023
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
NL23.5877
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling in vreemdelingenzaak

Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd was afgewezen. Dit verzoek werd samen met een andere zaak op 27 juni 2023 behandeld.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet nodig is omdat in de bodemzaak het beroep van verzoekster gegrond is verklaard. Hierdoor wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Daarnaast is de Staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 837,- op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit bedrag betreft de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en Staatssecretaris veroordeeld in proceskosten van € 837,-.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.5877
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.M. Walther), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: I. Vughs).

Procesverloop

In het besluit van 5 januari 2021 heeft verweerder het verzoek van eiseres om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
In het besluit van 23 februari 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL23.5875, op 27 juni 2023 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen B. Badouri. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beslissing

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.5875, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in de bodemzaak. Dat beroep is gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeeld de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1). De
voorzieningenrechter wijst er op dat in de uitspraak op het beroep 1 punt is toegekend voor het verschijnen ter zitting.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 september 2023 door
mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.W. Van Dijk, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
20 september 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.