ECLI:NL:RBDHA:2023:21263
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 11 april 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 13 juni 2023, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NLNL23.11757) op dezelfde dag als deze beslissing, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier D.W. Van Dijk en is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in de asielprocedure is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.