ECLI:NL:RBDHA:2023:21264
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en Armenië als veilig land van herkomst
Eiser, van Armeense nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 31 mei 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd aan eiser een inreisverbod opgelegd. Eiser stelde dat hij vanwege zijn betrokkenheid bij een gewapend conflict en daaropvolgende mishandelingen en bedreigingen door de Armeense veiligheidsdienst en handlangers van generaals niet veilig was in Armenië.
De rechtbank behandelde het beroep en de voorlopige voorziening op 13 juli 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. Verweerder achtte het asielrelaas deels geloofwaardig, maar de kern van de beweringen over mishandelingen en bedreigingen werd als ongeloofwaardig beoordeeld. Tevens werd Armenië als veilig land van herkomst aangemerkt, met uitzondering van LHBTI-personen en gedetineerden, waarvan eiser niet aannemelijk maakte dat hij daartoe behoorde.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich niet tijdig had gemeld bij Nederlandse autoriteiten en onvoldoende onderbouwing had geleverd voor zijn verhaal, waaronder het ontbreken van ondersteunende documenten. De geloofwaardigheid van het asielrelaas werd hierdoor ondermijnd. De aanvraag werd daarom terecht als kennelijk ongegrond afgewezen en het inreisverbod bevestigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.