ECLI:NL:RBDHA:2023:21268

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 juli 2023
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
NL23.19666
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbArt. 31 lid 7 sub b ProcedurerichtlijnWBV 2022/22
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.

De procedure vereist dat een betrokkene eerst een ingebrekestelling stuurt aan het bestuursorgaan en pas na het verstrijken van twee weken zonder besluit beroep kan instellen. Sinds 27 september 2022 is de beslistermijn voor asielaanvragen verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2022/22, wat ook geldt voor aanvragen ingediend vóór 1 januari 2023.

De aanvraag van eiseres valt onder deze verlenging, waardoor de beslistermijn uiterlijk op 1 december 2023 verloopt. De ingebrekestelling van 17 juni 2023 was daardoor te vroeg. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseres voerde aan dat verweerder voorrang moest geven aan de behandeling van haar asielaanvraag op grond van artikel 31 lid 7 sub b van Pro de Procedurerichtlijn. De rechtbank oordeelde dat deze bepaling slechts een bevoegdheid geeft en niet verplicht tot voorrang, en dat deze bevoegdheid losstaat van de verlenging van de beslistermijn.

De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling en heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.19666
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H. Postma),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Sinds 27 september 2022 is het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren verstreken met negen maanden zijn verlengd. Dit geldt ook voor asielaanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2023. De asielaanvraag van eiseres valt dus onder het toepassingsbereik van de WBV 2022/22. Dit betekent dat de beslistermijn in haar zaak met negen maanden is verlengd en verweerder uiterlijk op 1 december 2023 op de aanvraag moet beslissen. De ingebrekestelling van 17 juni 2023 is hierdoor te vroeg
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.
ingediend. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
4. Onder verwijzing naar artikel 31, zevende lid, onder b, van de Procedurerichtlijn (Pri), voert eiser aan dat verweerder voorrang dient te geven aan de behandeling van zijn asielaanvraag. De rechtbank overweegt op dit punt het volgende. De bepaling van artikel 31, eerste lid, onder b, van de Pri verplicht verweerder niet om een asielaanvraag van een niet- begeleide minderjarige vreemdeling met voorrang te behandelen. De bepaling biedt hiertoe slechts een bevoegdheid. Deze bevoegdheid staat overigens ook nog geheel los van de bevoegdheid van verweerder om de beslistermijn met negen maanden te verlengen.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van N. Khalloufi, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
28 juli 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.