ECLI:NL:RBDHA:2023:21274

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 december 2023
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
C/09/658110 / JE RK 23-2415
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens risicovol gedrag en veiligheid

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met een licht verstandelijke beperking die zichzelf in gevaarlijke situaties brengt. De minderjarige zoekt via social media contact met volwassen mannen en is meerdere malen met politie en justitie in aanraking gekomen. Zij is meerdere keren weggelopen en werd teruggevonden in het gezelschap van meerderjarige mannen.

De moeder van de minderjarige onderschrijft de zorgen en stemt in met het verzoek, omdat zij de veiligheid van haar dochter en andere kinderen in huis niet kan waarborgen. De kinderrechter heeft de minderjarige gesproken en concludeert dat plaatsing in een beschermde omgeving noodzakelijk is om haar veiligheid te garanderen en haar te begeleiden naar volwassenheid.

De kinderrechter wijst het verzoek toe en verleent de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot de meerderjarigheid van de minderjarige, met ingang van 22 december 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.

Uitkomst: De kinderrechter verleent machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot haar meerderjarigheid wegens risicovol gedrag en onvoldoende veiligheid in de thuissituatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/658110 / JE RK 23-2415
Datum uitspraak: 20 december 2023
Beschikking van de kinderrechter tot machtiging uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. N.M. Zeeman te Zoetermeer.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 december 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 december 2023. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

Voor een overzicht van de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 8 december 2023.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot meerderjarigheid, te weten tot [dag] 2024, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek als volgt. [minderjarige] is een kwetsbaar meisje met een licht verstandelijke beperking dat functioneert op een laag niveau. Er is sprake van een patroon waarin [minderjarige] zichzelf in gevaarlijke situaties brengt en onvoldoende in staat is om de consequenties hiervan te overzien. Via social media zoekt [minderjarige] contact met (volwassen) mannen en zij heeft seksueel contact gehad met meerdere mannen. [minderjarige] is meerdere keren met de politie en justitie in aanraking gekomen. In april 2023 is [minderjarige] weggelopen en vermist geweest. Zij is vervolgens teruggevonden in aanwezigheid van een 36-jarige man. In november 2023 is [minderjarige] weer weggelopen en is zij tien dagen lang spoorloos geweest en uiteindelijk teruggevonden in het bijzijn van twee volwassen mannen. Naar aanleiding daarvan zijn er afspraken gemaakt met [minderjarige] , maar zij houdt zich daar niet aan. Door het zorgelijke gedrag is de moeder overbelast en het lukt zowel de moeder als de grootouders niet om te voorkomen dat [minderjarige] doorgaat met het gedrag dat haar in onveiligheid brengt. Hoewel [minderjarige] was aangemeld voor een plaatsing bij [instelling 1] en daar in december 2023 terecht zou kunnen, is dat gelet op de huidige zorgen geen optie. Het is van belang dat [minderjarige] wordt geplaatst op een groep waar zij begrensd wordt en haar veiligheid gewaarborgd kan worden. Van daaruit zal er stapsgewijs gewerkt worden naar begeleid wonen. Gelet op het bovenstaande is een machtiging tot uithuisplaatsing tot aan meerderjarigheid noodzakelijk.

4.De standpunten

4.1.
Namens de moeder heeft de advocaat ingestemd met het verzoek. Het lukt de moeder niet om in de thuissituatie de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen. De moeder onderschrijft de zorgen en vindt het belangrijk dat [minderjarige] op een veilige plek wordt geplaatst. Daarnaast lukt het de moeder niet om de veiligheid van de andere kinderen thuis te waarborgen wanneer [minderjarige] door haar gedrag onveilige situaties veroorzaakt.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe dat er grote zorgen zijn over het gedrag van [minderjarige] . Er is sprake van risicovol gedrag waarbij [minderjarige] zichzelf in gevaarlijke situaties brengt. Online zoekt [minderjarige] contact met (oudere) mannen en spreekt daar vervolgens mee af. Daarnaast is er sprake van middelengebruik en is er een groot risico aanwezig dat anderen misbruik van [minderjarige] maken. Zij is meerdere keren met politie en justitie in aanraking gekomen. De afgelopen maanden is [minderjarige] meerdere malen weggelopen en was meerdere dagen onduidelijk waar en met wie zij verbleef. Recentelijk is [minderjarige] nog tien dagen vermist geweest en is zij teruggevonden in aanwezigheid van meerderjarige mannen. [minderjarige] is onvoldoende in staat om de risico’s en consequenties van haar gedrag te overzien, waardoor er sprake is van een patroon. Hoewel de moeder haar best doet, lukt het haar onvoldoende om [minderjarige] te begrenzen en haar veiligheid in de thuissituatie te waarborgen. De kinderrechter vindt het van belang dat [minderjarige] op een plek wordt geplaatst waar zij wordt begrensd en waar haar veiligheid kan worden gewaarborgd. De huidige plaatsing bij [instelling 2] betreft een tijdelijke plek. Het is belangrijk dat de gecertificeerde instelling een passende (vervolg)plek voor [minderjarige] vindt. Dit is, mede vanwege financiële redenen, nog niet gelukt. Zoals de jeugdbeschermer heeft aangegeven zou een woongroep passend zijn. Gelet op haar naderende meerderjarigheid is het daarbij van belang dat [minderjarige] wordt begeleid naar volwassenheid. Gezien het bovenstaande zal de kinderrechter het verzoek toewijzen zoals verzocht.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 22 december 2023 tot [dag] 2024;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2023 door mr. D.G.J. Dop, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.B.M.A. Roozen als griffier, en op schrift gesteld op 11 januari 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.