Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
regio Haaglanden,
1.Het verloop van de procedure
- De oma met haar advocaat en ondersteund door een Arabisch-Syrisch sprekende tolk.
- [naam 1] namens de Raad;
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2008 en 2010, die sinds juni verblijven in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De kinderen hebben een ernstig bedreigde ontwikkeling door een onveilige en instabiele opvoedsituatie met escalaties binnen de familie en een belast verleden met fysieke en emotionele mishandelingen.
De voogdij is sinds 2019 bij de grootmoeder, die wel bereid maar onvoldoende in staat is om de bedreigingen in de ontwikkeling weg te nemen. De kinderrechter oordeelt dat de kinderen een veilige, consequente opvoeder nodig hebben en dat diagnostisch onderzoek en behandeling noodzakelijk zijn. De machtiging tot uithuisplaatsing formaliseert het verblijf bij de jeugdhulpaanbieder, zodat de kinderen stabiliteit en veiligheid ervaren.
De kinderrechter wijst het verzoek toe voor de duur van één jaar, passend voor traumabehandeling en het vormen van een beeld van het gezin. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de kinderen onder toezicht en verleent machtiging tot uithuisplaatsing voor één jaar.