Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
regio Haaglanden,
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming regio Haaglanden verzocht om een ondertoezichtstelling van een kind geboren in 2018, vanwege ernstige bedreiging van zijn sociale-emotionele ontwikkeling. Het kind is opgegroeid in een complexe en gewelddadige thuissituatie, waarbij hij getuige was van geweld tussen zijn ouders en zelf ook slachtoffer was van geweld door de vader. De vader is niet meer in beeld, maar het kind heeft nog angstige herinneringen aan hem.
De moeder, belast met het ouderlijk gezag, woont met het kind en erkent de noodzaak van hulp, maar heeft moeite met het vertrouwen in hulpverleners en ervaart zelf problemen zoals schulden. De vrijwillige hulpverlening is niet effectief gebleken, mede door een verstoorde relatie met het Sociaal Team en het stoppen van therapie door de moeder.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de ontwikkeling van het kind te beschermen. Een termijn van een jaar wordt passend geacht om de hulpverlening op te starten en de bedreiging weg te nemen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de moeder wordt betrokken bij de hulpverleningstrajecten.
Uitkomst: Het kind wordt voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.