Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 december 2023 in de zaak tussen
[bedrijfsnaam] ,
het college van burgemeester en wethouders van [gemeente] , verweerder
[naam 1]en
[naam 2], uit [plaatsnaam] (vergunninghouders)
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die aan vergunninghouders is verleend voor het bedrijfsmatig gebruik van het buitenterrein en het legaliseren van bestaande en nieuwe terreinverharding op een perceel in het landelijk gebied. De vergunning betreft een afwijking van het bestemmingsplan en is verleend ondanks lopende beroepsprocedures over andere activiteiten op hetzelfde terrein.
De rechtbank oordeelt dat de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend losstaan van de andere lopende procedures en dat de vergunning terecht is verleend. De ruimtelijke onderbouwing is voldoende gemotiveerd, waarbij onder meer is meegewogen dat het terrein al decennialang grotendeels verhard is en dat een deel van het terrein abusievelijk als bollengrond is bestemd.
Verder is een watertoets uitgevoerd waarbij het Hoogheemraadschap geen bezwaar maakte en mitigerende maatregelen zijn getroffen om wateroverlast te voorkomen. Eisers konden geen privaatrechtelijke belemmeringen aantonen voor de toegangsweg. De overige aangevoerde gronden betreffen plannen buiten de reikwijdte van het bestreden besluit.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en laat het bestreden besluit in stand. Eisers krijgen het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.