Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 14 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder weigerde de aanvraag te behandelen op basis van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de asielprocedure. Dit besluit werd genomen nadat Italië niet tijdig reageerde op een verzoek tot overname.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet langer zonder meer geldt vanwege een nieuwe Italiaanse beleidslijn die opvang van Dublinterugkeerders staakt, zoals blijkt uit een circular letter van december 2022. Verweerder stelde dat sprake was van een tijdelijk overdrachtsbeletsel en dat het vertrouwensbeginsel nog steeds van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat na drie maanden zonder overdrachten en zonder nadere informatie van Italië het omslagpunt is bereikt. Er is een vermoeden van structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in Italië. Verweerder had daarom nader onderzoek moeten doen naar de concrete situatie en dit moeten motiveren. Het besluit was onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, waardoor het beroep gegrond is verklaard en het besluit vernietigd.
De rechtbank droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat op het beroep zelf reeds was beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.