ECLI:NL:RBDHA:2023:2143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete voor niet vooraf wegen van meststoffen bij export ondanks wegen vóór grens
Eiseres, een intermediair die meststoffen vervoert van Nederland naar België, kreeg een bestuurlijke boete van €300 opgelegd wegens het niet voorafgaand aan de export wegen van de vracht meststoffen. De overtreding betrof het niet onverwijld wegen direct na aanvang van het vervoer, zoals vereist volgens artikel 76, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Urm).
Eiseres voerde aan dat het gewicht vóór het passeren van de grens was vastgesteld en dat de boete daarom onterecht was. Ook stelde zij dat verweerder had moeten matigen of een waarschuwing had moeten geven op grond van het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde echter dat de wet vereist dat het wegen onverwijld na aanvang van het vervoer én vóór de grens moet plaatsvinden. Het feit dat de mest alsnog vóór de grens werd gewogen, voldeed niet aan de eis van onverwijldheid.
De rechtbank verwierp de argumenten van eiseres over matiging en het gelijkheidsbeginsel, omdat de chauffeur bewust had gekozen niet direct te wegen. De boete bleef daarom in stand en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van €300 voor het niet onverwijld wegen voorafgaand aan export blijft in stand.