ECLI:NL:RBDHA:2023:21516

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 december 2023
Publicatiedatum
23 januari 2024
Zaaknummer
NL23.39876
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 VwArt. 8 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring na asielafwijzing

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 7 november 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in een eerdere zaak op 18 december 2023. Eiser voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was omdat zijn asielaanvraag op 20 november 2023 was afgewezen en de bewaring pas op 29 november 2023 was omgezet, waardoor hij negen dagen onrechtmatig in bewaring zou zijn geweest.

De rechtbank overwoog dat gedurende de rechtsmiddelentermijn tegen de afwijzing van de asielaanvraag het verblijf van eiser rechtmatig was op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder h, Vw, en dat de bewaring in die periode gebaseerd mocht zijn op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. De omzetting van de maatregel binnen twee dagen na het einde van deze termijn was voldoende voortvarend. De rechtbank oordeelde dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het schadeverzoek af.

De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Nicholson en griffier N. Dayerizadeh op 29 december 2023. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.39876
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. S. Faber), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: J.M.M. van Gils ).

Procesverloop

Verweerder heeft op 7 november 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1993.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 18 december 2023 (in de zaak NL23.37564) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
4. Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Zijn asielaanvraag is op 20 november 2023 afgewezen en verweerder had de bewaringsmaatregel daarom op die dag moeten omzetten naar een bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Nu verweerder dit pas op 29 november 2023 heeft gedaan, heeft hij onvoldoende voortvarend gehandeld en heeft eiser negen dagen onrechtmatig in bewaring doorgebracht. De onrechtmatige vrijheidsbeneming van 20 november 2023 tot 29 november 2023 maakt dan ook dat de huidige bewaring dient te worden opgeheven.
5. De rechtbank overweegt als volgt. Eiser had gedurende de rechtsmiddelentermijn tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw. Gedurende die tijd mocht de vreemdelingenbewaring zijn gebaseerd op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Dit procedureel rechtmatig verblijf eindigde op 28 november 2023 en de maatregel is binnen twee dagen daarna omgezet. Dit is naar het oordeel van de rechtbank voldoende voortvarend. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel is dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 december 2023

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.