Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 7 november 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in een eerdere zaak op 18 december 2023. Eiser voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was omdat zijn asielaanvraag op 20 november 2023 was afgewezen en de bewaring pas op 29 november 2023 was omgezet, waardoor hij negen dagen onrechtmatig in bewaring zou zijn geweest.
De rechtbank overwoog dat gedurende de rechtsmiddelentermijn tegen de afwijzing van de asielaanvraag het verblijf van eiser rechtmatig was op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder h, Vw, en dat de bewaring in die periode gebaseerd mocht zijn op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. De omzetting van de maatregel binnen twee dagen na het einde van deze termijn was voldoende voortvarend. De rechtbank oordeelde dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het schadeverzoek af.
De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Nicholson en griffier N. Dayerizadeh op 29 december 2023. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.